Dag iedereen,
Vorig weekend in Kaolack doorgebracht bij Masse thuis. Vrijdagavond werden we daar getrakteerd op heerlijke, zelfgesneden frietjes, waar wij als Belgen nog iets van kunnen leren… De zaterdag werd een luilekkerdag, al gingen we wel een onafgewerkt huis van één van Masse zijn projecten bezoeken. We werden vrij snel omringd door enkele kinderen. Iedereen roept altijd “toubab” naar ons, wat blanke betekent. Het is afgeleid van tout blanc, maar dat kunnen de kinderen moeilijk uitspreken.
Op zondag waren we vroeg uit de veren om naar de mis te gaan. We hadden verwacht dat het zeer muzikaal zou zijn, maar dat viel een beetje tegen. ’s Avonds keerden we terug naar Ndiebel, waar we ook vorige week logeerden. We slapen daar buiten, onder de prachtige sterrenhemel, aangezien het binnen veel te warm is. Het is daar een ware beestenboel, dus onze voorraad insectenspray is al serieus geslonken. Aanvankelijk sliepen we in het gebouw waar nu de meisjes van het internaat slapen. De leerlingen stroomden vanaf woensdag toe en inmiddels zijn het er al ongeveer 150! Nu liggen we buiten voor de woning van de zusters, waar we een echte douche en wc hebben. Een verbetering, want voordien waren het Franse WC’s en wasten we ons met de tuinslang.
Het werk in het internaat verloopt vrij vlot. We hielden ons de voorbije week bezig met wat opruimwerk, maar vooral met het schilderen van de bedden voor de kinderen. Het zijn oude, verroeste bedden die wel een likje verf konden gebruiken. Gezien het grote aantal kinderen zijn we dus al enkele dagen zoet met schuren en schilderen. De kinderen kwamen ons echter spontaan helpen op donderdag en vrijdag. De meeste kunnen Frans, maar onder elkaar spreken ze Wolof. Albert, de verantwoordelijke van het internaat, leerde ons reeds de eerste woorden, maar het is moeilijk uit te spreken en te onthouden. Maar met wat oefening spreken we misschien een aardig mondje Wolof bij onze thuiskomst…
Maandag beginnen de lessen voor de kinderen en zullen wij nog wat verder schilderen. Er is nog wel wat werk te doen, dus vermoedelijk blijven we daar nog wel enkele dagen. Ons eten wordt gemaakt door enkele vrouwen en is best wel lekker, alleen krijgen we heel vaak eieren op ons bord. In de tuin van het internaat vonden we enkele groenten, waarmee we hen ‘un potage’ leerden maken, iets waar ze hier nog nooit van gehoord hebben. Pompoenen noemden ze courgetten, wat voor wat verwarring zorgde, maar het smaakte heerlijk.
Lizzy werkt ondertussen in het dispensarium van Ndiebel, waar ze vriendelijk werd ontvangen. Het was de eerste keer dat ze er een ‘stagaire’ hebben.
In het centrum werkt een verpleegkundige, een soort logistiek medewerker en apotheekverantwoordelijke.
Het is een plaats voor eerstelijns gezondheidszorgen. De mensen komen soms van heel ver met paard en kar voor een consultatie. Voor de moment zijn er veel mensen met een luchtweginfectie of malaria. Dit komt doordat het nu (nog even) regenseizoen is. De patiënten schrikken soms wel even als ze een blanke verpleegkundige zien.
De taken van een verpleegkundige zijn hier inclusief die van een dokter en een vroedvrouw. Lizzy voerde reeds verschillende zorgen uit zoals: nemen van parameters, inspuitingen,…maar hielp ook bij een bevalling, naaien van wondes, malariatesten en het uitvoeren van pre-natale onderzoeken.
Het is er heel interessant om te zien hoe de mensen kijken naar hun gezondheidsproblemen en hoe ze er mee omgaan.
Sinds gisteren zijn we terug in Kaolack en vanmorgen gingen we naar de grote markt en enkele toeristische winkeltjes. De eerste souvenirs zijn aangekocht en we beginnen het afdingen onder de knie te krijgen. Met ons valt niet te sollen!
Morgen gaan we misschien eens zwemmen in een hotel hier, om erna weer terug te keren naar Ndiebel. Hoe het ons verder vergaat, lezen jullie binnenkort.
Tot dan en warme groeten uit Senegal!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten