donderdag 25 november 2010

GIE Construire neemt een nieuwe start!

Na een grondige vernieuwing is vandaag, maandag 22 november 2010, op het terrein van GIE Construire te Koutal de steenproductie hernomen. Het plateau, waarop de stenen gegoten worden, heeft een nieuwe bovenlaag gekregen. Hierdoor kunnen er opnieuw vlot bakstenen gegoten worden en kan men een goede kwaliteit garanderen.

Koutal wordt net zoals heel Senegal regelmatig geplaagd door stroompannes. Zonder stroom kunnen er geen bakstenen geproduceerd worden en dus was de aankoop van een generator noodzakelijk. Reeds onmiddellijk bij opstart van de fabriek bleek deze aankoop onontbeerlijk en kon ondanks de stroompanne de productie ongehinderd doorgaan.

De eerste bakstenen zullen onmiddellijk op eigen terrein gebruikt worden voor het optrekken van een magazijn. Hierdoor zullen in de toekomst alle grondstoffen en machines op het terrein zelf kunnen opgeslaan worden. Dit zal de efficiëntie in grote mate verhogen. Er is ook een kleine bureelruimte voorzien, waardoor alle administratie ter plaatse zal gebeuren. Om dit werk te vereenvoudigen wordt vanaf nu ook alles digitaal bijgehouden.

GIE Construire heeft in het verleden al bewezen kwaliteit te leveren. Op basis van deze reputatie lopen nu onderhandelingen voor het leveren van de bakstenen voor de bouw van 46 klaslokalen. Naast het leveren van de bakstenen, zal GIE Construire ook instaan voor de effectieve bouw van de lokalen. Hiervoor beschikt GIE Construire over heel wat goed opgeleide jonge metsers.

Tabaski legt Senegal lam!

Woensdag 17 november stond reeds maanden in ieders agenda, voor zover hier iemand een agenda heeft, gemarkeerd als een van de belangrijkste dagen van het jaar. Dit jaar valt immers op die dag Tabaski of het offerfeest. Reeds enkele weken op voorhand slaat de schrik toe bij de schapen want de kans dat ze er die dag het hoofd bij zullen moeten neerleggen is ontzettend groot. Maar niet alleen bij de schapen slaat de schrik om het hart ook de moslims zijn er niet helemaal gerust in. Hebben ze immers wel genoeg gespaard om een schaap te kunnen kopen en iedereen van nieuwe kleren en haar (het aantal vrouwen dat hier echt haar heeft valt hier immers op een hand te tellen) te voorzien?

Het antwoord blijkt uiteindelijk toch wel ja te zijn. Want de schapen worden vlot verkocht en de kleermaker hier in huis moet de dag voor Tabaski in allerijl naar het ziekenhuis gevoerd wegens uitputtingsverschijnselen. De vele slapeloze nachten om alle kleren af te krijgen eisten zijn tol.

Ook wij zijn allemaal een beetje opgewonden want we weten niet wat er ons echt allemaal te wachten staat. Uiteindelijk blijkt het meer te zijn dan we ooit gedacht hadden. Na de assistentie bij het wassen van het schaap, werd de hulp van Bart en Bert ook ingeroepen om het schaap te slachten. Het, veel te botte, mes werd gehanteerd door de enigste mannelijke moslim in huis terwijl het schaap met enige moeite in bedwang gehouden werd door onze mannen. Eens het schaap dood was, werd het schaap zorgvuldig ontvelt en van zijn ingewanden ontdaan. Na enig uitbeenwerk belanden de eerste stukjes snel op tafel. De rest van de dag wordt hoofdzakelijk gevuld met eten. Of  kijken hoe de anderen eten want niet bij iedereen was de maag bestand tegen zoveel schaap. We wagen ons ook aan een verkleedpartijtje en trekken in traditionele Senegalese kleren de straat op.

Tot zover Tabaski. Wat gebeurde er dan de rest van de week? Het antwoord is heel simpel: niets. Maandag en dinsdag wordt er immers niet gewerkt want iedereen is Tabaski aan het voorbereiden. Donderdag en vrijdag wordt er nog verder gefeest en keert iedereen langzaam terug van bij zijn familie. Dus van werken komt er ook dan niets in huis. Maar niet alleen wij werken niet. Er is bijna geen enkele Senegalees die werkt. Zelfs tot zondag zal blijken dat brood vinden zeer moeilijk is en zijn de meeste winkeltjes dicht.

Aangezien er in Kaolack niets te doen valt keren de jongens donderdag samen met de meisjes terug naar Sowane. Vrijdag wagen Bart en Bert zich aan een pelgrimstocht naar Fatik en terug terwijl de meisjes hoopten te werken. Met de nadruk op hoopten, want ook hiervan komt niets in huis. Zaterdag wagen we ons met z’n allen aan nog een wandeling en zondag trekken we erop uit naar Fatik. Daar blijkt dat het leven stil aan terug zijn normale vorm aan neemt. Op de markt zijn de meeste winkeltjes en kraampjes eindelijk terug open. Een internetcafé vinden dat open is blijkt echter nog steeds een onmogelijke opdracht waardoor deze post en de foto’s van vorige week nog even langer op zich hebben laten wachten.

zondag 14 november 2010

Limoncello, c’est picobello!

13 november 2010

Sinds ons laatste bericht hebben we weer het één en ander meegemaakt. Vorige week werkten we opnieuw in de baksteenfabriek, waar we wapening gevlochten hebben (een leuk werkje) en beton goten. Bart en Bert vonden dit zo leuk dat ze besloten hun verblijf in Kaloack te verlengen. De vrouwen onder ons waren het “technische” werk ondertussen wat moe en trokken richting Sowane. Voor onze wegen scheidden, gingen we nog samen naar Mbour vorig weekend.

We kwamen daar vrijdagavond aan in een mooi hotel met zwembad en genoten ’s avonds, omringd door andere toubabs, van een lekkere cocktail. Jolien en Cindy, twee vrijwilligers die hier sinds begin deze maand zijn, vergezelden ons.
De volgende morgen gaf Masse een presentatie over hoe zijn projecten tot stand gekomen zijn. Hij gebruikte hiervoor een zeer chaotisch bordschema, maar we hingen allen aan zijn lippen. Hij vertelde over de lepradorpen in Senegal, waarvan één in Sowane gevestigd was. Doorheen de jaren probeert hij te werken aan de sociale integratie van deze mensen.
Na zijn betoog trokken we naar een artisanale markt (tot grote vreugde van Bart), waar we weer enkele souvenirs rijker werden. Het afdingen lukt steeds beter en zodus verzamelden we al heel wat cadeautjes voor onder de kerstboom…
In de namiddag bezochten we een Belgisch likeurbedrijf, oorspronkelijk afkomstig uit Leuven. De eigenaar vestigt zich telkens in een ander land, waar hij likeurs maakt met plaatselijke vruchten en planten. We mochten vijf likeurs proeven en hoewel we het na deze degustatie al wat begonnen te voelen, kregen we er nog enkelen bovenop. Ietwat in de wind, besloten we enkele flessen in te slaan (we zitten hier immers nog enkele weken en dan kan een glaasje alcohol wel eens smaken).
Terug in het hotel, namen we een frisse duik, om ons daarna aan een dansje te wagen. We hadden slechts een kleine initiatie nodig om mee te kunnen met de dansleraar. Bart en Bert lieten het dansen aan de vrouwen over en hielden zich schuil achter een frisse pint. Onze overtuigingskracht werkte blijkbaar niet helemaal (ondanks de likeurs en wat bier)…Wat later op de avond trokken ze wel nog met hun tweetjes naar de plaatselijke discotheek. Daar kwamen de heupen wel los (al zijn daar dus geen getuigen van).

Zondag gingen we opnieuw naar een artisanale markt, gezien ons motto dat “je nooit genoeg souvenirs kan hebben”. Erna gingen we in de zee zwemmen en aten we in een hotel aan het strand. Met een goed gevulde maag trokken we vervolgens naar een dierenpark. Met een coole jeep en dito gids reden we erdoor op zoek naar giraffen, gazellen, neushoorns, talrijke vogels, antilopen,  een hyena, apen en struisvogels. Met drie fototoestellen trokken we het ene plaatje na het andere, waardoor we elk beest vanuit elke hoek op foto hebben. In ons fotoboek vinden jullie een mooie selectie. We waren danig onder de indruk en keerden vrolijk terug naar Kaolack. Eén jeep, volgestouwd met Masse, 9 toubabs en hun vele souvenirs en aankopen, het was een grappig zicht…

Sinds maandag splitsten we de groep op en trokken de vrouwen naar Sowane, een dorp met ongeveer 500 inwoners. We slapen daar in hutjes en worden omringd door loslopende geiten, kippen, ezels en ander vee. In de voormiddag werken we in de tuintjes die door vrijwilligers aangelegd werden en waar men allerlei groenten en fruit kweekt. Helaas lagen de tuintjes er niet altijd even proper bij, zodat we een heuse opkuis deden. Alle planten werden verwijderd, alles opgekuist en omgespit. Het werk gaat heel goed vooruit, zodat we volgende week aan het zaaien kunnen beginnen. In de namiddag was animatie van enkele kinderen gepland, maar aangezien de leerkrachten van de school staken, probeerden we in twee klassen les te geven. Helaas luisteren de leerlingen niet altijd even goed. De leerkrachten regeren hier blijkbaar met ijzeren hand, een stijl die ons niet echt bevalt. Zo goed en zo kwaad als we konden, probeerden we toch wat wiskunde en Frans te geven, met enig resultaat. Eén namiddag gaven we ook bijles aan enkele kinderen apart, iets wat voor ons makkelijker was. Zo fristen we de stelling van Pythagoras en de Engelse werkwoordsvormen op (en dat zat al heel ver bij de meeste onder ons).

Lizzy werkt in het plaatselijke dispensarium bij verpleegster Mbacke.
Het is een klein gezondheidscentrum voor de mensen van Sowane. Indien het gaat om dringende problemen worden ze doorverwezen naar het ziekenhuis van de naastliggende stad Fatick.
Op maandag, woensdag en vrijdag komen de leprapatiënten langs om hun wondes te verzorgen. Verder kwamen er mensen langs voor hoge bloeddruk, anticonceptie en luchtweginfecties. Af en toe gaan ze samen op huisbezoek om medicatie te brengen. Deze week was het ook grote kuis in het materniteitszaaltje.
Tijdens de namiddag is er geen vast werkuur in het dispensarium. Indien er een probleem is gaan de dorpsbewoners langs bij de verpleegster thuis.  Tijdens de vrije namiddaguren ging Lizzy dan mee koken bij de verpleegster of speelde al eens fotograaf tijdens onze lessen.

De mannen verrichten ondertussen heel wat werk in de fabriek. Op maandag werd er nog wat extra wapening gevlochten en beton gestort. Vanaf dinsdag werd er met man en macht gewerkt om het plateau waarop ze de bakstenen maken een nieuwe betonlaag te geven. Zonder werkende betonmolen werden een 80-tal zakken cement, gemengd met een paar ton zand en granulaten (steentjes in mensentaal) tot beton. Vooral de armspieren van Bart waren vrijdag zeer blij dat het weekend er aan kwam. Ook volgende week blijven de mannen nog hier om bakstenen te fabriceren. Ze zeggen te genieten van de tijd zonder vrouwen, maar eigenlijk missen ze ons heel hard.

Daarom kwamen we dit weekend samen in Kaolack om Bart zijn verjaardag te vieren. De mannen verrasten ons gisterenavond met een zelfgemaakte limoncello (met het recept van Bert). Vanmorgen trokken we naar de markt en we maakten pannenkoeken en fruitsla. Deze avond gaan we eten hier in het centrum. Een Bourgondisch weekendje dus!
Volgende woensdag wordt hier Tabaski gevierd, het offerfeest. Iedereen is al volop bezig met de voorbereidingen en naar verluid duurt het feest zelf van 10 uur ’s avonds tot 4 uur in de nacht en wordt er veel gedanst. Dat wordt ongetwijfeld een unieke belevenis voor ons toubabs.. Meer nieuws een volgende keer!

zaterdag 30 oktober 2010

Het leven zoals het is: baksteenfabriek zonder bakstenen en werken bij de zusters

De voorbije twee weken werkten we in de baksteenfabriek in Kaolack. Nu ja, een fabriek kun je het nog niet echt noemen, maar daar komt stilaan verandering in. We groeven de funderingen voor een groot magazijn waar de machines en een bureautje in ondergebracht zullen worden. Een karwei die niet evident was in de brandende zon, maar we schepten er lustig op los. Ondertussen werden de eerste stenen van de ommuring reeds gemetst, maar meer dan twee stenen hoog is het nog niet. Om verder te kunnen, moeten immers bakstenen gemaakt worden en het materiaal daarvoor is nog niet aanwezig. Dit is Afrika, hier gaat alles net iets trager dan bij ons…

Toch hadden ze deze week al een andere klus voor ons klaar. De koer waarnaast het magazijn moet komen, zal voorzien worden van een nieuwe laag beton, maar daarvoor moest eerst de oude, losse laag afgeklopt worden. Zo gezegd, zo gedaan, deden we deze week niets anders dan met hamers op beton kloppen, een werkje dat ons snel tegenstak. Enkele dagen, wat spiepijn en blaren later, zijn we daar gelukkig van af. Op de foto’s kan je onze noeste arbeid zien.

Ondertussen heeft Lizzy al zo’n twee weken bij de zusters van moeder Theresa gewerkt, waar ze doorheen de week ook logeert. Hier vindt zo’n 4 keer per dag  een misdienst plaats. Het is een ziekenhuis waar eerste hulp en zorg, gratis wordt aangeboden door de zusters voor de armen. Er zijn daar momenteel zo’n 40 mensen van overal in Senegal: Dakar, Tambacounda, Kaolack,… Ze zijn er voor verschillende problemen zoals malaria, hoge bloeddruk, aids, beenbreuk, tbc, wondzorgen en eenzaamheid.
De zusters bieden de mensen medicatie, onderdak, maaltijden en een luisterend oor aan. De leeftijden van de mensen zijn erg uiteenlopend: van kind tot bejaarde. De mensen blijven gemiddeld voor een paar maand daar tot de zuster beslist dat ze aan de beterhand zijn en dan wordt hen gevraagd om terug te gaan van waar ze komen.
Indien hun toestand verslechterd worden ze overgebracht naar het ziekenhuis in de stad voor een verdere behandeling.
Lizzy deelt er de medicatie uit, doet de wondzorg, voert malariatesten uit, prikte infusen voor behandelingen, … Infusen prikken gaat moeilijker dan thuis gezien de omstandigheden: weinig licht en materiaal en de donkere huid. Verder hielp ze ook mee met de mensen ginder zoals bij aardappelen schillen, borstelen, …
“Het is interessant om te zien hoe de zusters de mensen helpen met de weinige middelen die ze hebben. Het is gratis zorg die wordt aangeboden en de mensen weten dat en af en toe wordt er dus iemand geweigerd. Dit komt bij mij over als een knelpunt en wordt ervaren als iets moeilijk.”


Vorige zaterdag besloten we eten te maken voor onszelf en onze vele huisgenoten. De keuze viel op balletjes in tomatensaus en op de markt vonden we alle ingrediënten daarvoor. Het hele kookproces nam 4 uur in beslag (we behielpen ons immers met 1 gasvuur), maar het smaakte heerlijk (als we even bescheiden mogen zijn)! Ook op zondag deden we iets speciaals, want het was Lizzy haar verjaardag. ’s Morgens verrasten we haar met koffiekoeken en ’s middags bakten Bert en Heleen pannenkoeken. En of dat nog niet genoeg was, gingen we in de namiddag opnieuw zwemmen in het hotel hier in Kaolack en aten we daar ’s avonds uitgebreid. Een verjaardag bij 38° eind oktober, dat maak je niet elk jaar mee!  

Dit weekend blijven we opnieuw in Kaolack en vanavond is er een jazzconcert in het centrum. We gaan daar eens de sfeer gaan opsnuiven. Volgende week gaan we normaal gezien een weekendje naar Mbour. Meer nieuws daarover een volgende keer.

Tot dan!


Wist je dat...

We zijn hier nu al een maand en een half en hebben elkaar dus al vrij goed leren kennen. Ook de kleine dingetjes die iedereen typeren, vielen ons op. Hierbij enkele wist-je-datjes over onze groep:

Bert:
·        is ons manusje- van- alles. Hij heeft allerlei praktische spullen mee en heeft overal een oplossing voor!
·        hij maakt vaak smekgeluiden bij de gedachte of bij het zien van lekker eten.
·        en zweert bij het dragen van witte sokken. Helaas geraken die al een tijde niet meer proper in de was.

Heleen:
  • is onze kapster van dienst. Zowel Bert, Bart, Eline als Ruth zijn al kortgewiekt in haar kappersstoel (met een mooi resultaat!)
  • is helemaal verzot op kokosnoten en walgt van bananen (helaas is dat één van de drie meest voorkomende fruitsoorten in Senegal)
  • kan perfect Johan en Patrick naspelen uit het Peulengaleis: “Da hedde gij goe gezien, jong”

Florence:
  • zegt vaak “gelijk” aan het einde van een zin. Iets wat door de niet- Gentenaren reeds snel opgepikt werd.
  • loopt graag met haar buik bloot wanneer het te warm wordt
  • en denkt eraan haar haar bros te doen (opnieuw omwille van de hitte)

Bart:
  • weet niet wie Michel Wuyts is! We ontdekten dit bij een spelletje Time’s up en dat verbaasde toch enkelen onder ons…
  • smeerde in het begin het meeste DEET van ons allemaal, maar werd wel het eerste ziek. Zijn bloedonderzoek wees op 15% malaria!
  • hij is onze controleur, die altijd de puntjes op de i zet. Een burgerlijk ingenieur ziet elk detail lijkt het wel….

Eline:
  • is verzot op mango’s
  • haar stopwoordje is “ allez ja”  wanneer ze een verhaal vertelt en het is vrij grppig als je er eenmaal op begint te letten.
  • ze praat soms in haar slaap, maar voorlopig kon geen van ons er al iets verstaanbaars uit opmaken.

Lizzy:
  • heeft schrik van insecten groot en klein en heeft hier dus al enkele zware beproevingen doorstaan
  • ze heeft een hele voorraad lekkers in haar valies, iets waar ze ons mee blijft verrassen. Zo haalde ze op haar verjaardag nootjes voor bij de aperitief tevoorschijn. Die voorraad komt zo nu en dan wel van pas, want het pikante eten hier in Kaolack slaat soms een beetje op haar maag.
  • ze vertelt op een zeer leuke manier verhalen, zoals de verhalen over de winter, of om het met haar woorden te zeggen “de donkere periode”

Ruth:
  • zorgt via het thuisfront af en toe voor een update over “Thuis”. Vooral de vrouwelijke leden van de groep zijn daarin wel geïnteresseerd. Ook over de regering, of het gebrek daaraan, verzamelt ze af en toe wat nieuws.
  • ze neemt elke dag een extra portie vezels, want ook in Senegal protesteren haar darmen soms.
  • schrijft onze blog.

maandag 18 oktober 2010

Salaam maleikoum!

Dag allemaal,

Er is een week verstreken en dus hebben we weer het één en ander te vertellen. Vorig weekend sloten we af met een namiddagje aan het zwembad in een hotel in Kaolack. Aangezien er enkelen wat last hebben met het gekruide eten van Masse zijn vrouw, besloten we ook daar te eten ‘s avonds. Even waanden we ons echte toeristen in één van de chicste hotels van Kaolack, zeker als we een groep Belgen van Best Tours tegenkwamen… Florence genoot er minder van, want ze had last van diarree en meer van dat fraais. Op maandag ging ze naar de dokter en kreeg ze antibiotica, zodat ze, na wat rust in Ndiebel, er snel weer bovenop kwam.

In Ndiebel werkten we dinsdag, woensdag en donderdag verder aan ons schilderwerk. In totaal hebben we zo’n 100- tal bedden geschuurd en geschilderd,dat is toch al iets om trots op te zijn, nietwaar? Eén namiddag speelden we enkele spelletjes met de oudste leerlingen van het internaat. Het verliep een beetje chaotisch (ons Frans laat immers soms de wensen over), maar ze waren wel enthousiast. Lizzy werkte ondertussen nog drie dagen in het dispensarium en kreeg bij haar vertrek een zelfgemaakt Afrikaans kleed. In de mooie natuur poseerde ze maar al te graag. Op de foto’s ziet ze er dan ook uit als een prachtige bosnimf. De anderen van de groep (behalve misschien de mannen onder ons) waren jaloers…

Vrijdagmorgen, na wat opkuis en nog een foto met de kokkinnen en Victor, vertrokken we op weekend. Na een stop in Kaolack  en een lange rit bezochten we Gambia. Hiervoor moesten we wel 2 keer stoppen aan de douane (om Senegal buiten te gaan en Gambia binnen te mogen). De administratie gebeurde met pen en papier in een klein hokje in een vrij smerig gebouw, maar dat was op zich wel een belevenis. Over de grens namen we een ferry naar Banjul (de hoofdstad). Helaas duurde de hele reis vrij lang en brachten we daar minder dan 2 uur door. In die tijd hadden we wel reeds een Gambiaan die dolgraag vrienden met ons wilde worden en ons zelf achtervolgde tot aan de ferry. Hem afwimpelen was vrij lastig, maar lukte uiteindelijk toch.
Na ons blitsbezoek in Gambia reden we naar ons hotel in de delta van de Saloum, waar we verwend werden met een heerlijk driegangenmenu. De volgende dag wilden we de omgeving verkennen en met een gids trokken we het park van de delta in. In ware junglestijl leerden we over de verschillende planten, zagen we wilde apen en zelfs de slaapplaats van hyenas. Het was echt de moeite!

In de namiddag gingen we met een bootje (in Expeditie Robinsonstijl) naar de mangroven. We stopten om even te zwemmen en bij zonsondergang keerden we terug, onder het gezang van vele vogels. Het zicht was fenomenaal, we werden er zowaar helemaal stil van. Voor nieuwsgierigen verwijzen we graag naar onze foto’s.
’s Avonds was er een djembéspektakel in ons hotel met dans, acrobatie en muziek. Het enorme gevoel van ritme van de Afrikanen verbaasde ons weer en na het hele gebeuren waagden we ons zelf aan enkele danspasjes. Europese poepen zijn net iets minder beweeglijk leek het wel… Hoe ze het doen, het blijft ons een raadsel…
Zondag keerden we terug richting Kaolack, waar we nog wat uitrustten, aangezien we sinds vandaag in de baksteenfabriek werken. Onze dag begon met een heuse “nettoyage”. Het is de bedoeling dat een laag beton wordt gelegd en een magazijn wordt gebouwd. Een groots plan dus, waar we nog wel enkele weken zoet mee zijn… Lizzy werkt ondertussen bij de zusters van moeder Theresa en voelt zich daar nu al helemaal op haar gemak.

Zoals jullie lezen, gaat het hier dus zeer goed, ondanks enkele darmproblemen, muggenbeten en de aanhoudende hitte. Maar ons krijgen ze niet klein!

zaterdag 9 oktober 2010

Onze 3e week in senegal


Dag iedereen,

Vorig weekend in Kaolack doorgebracht bij Masse thuis. Vrijdagavond werden we daar getrakteerd op heerlijke, zelfgesneden frietjes, waar wij als Belgen nog iets van kunnen leren… De zaterdag werd een luilekkerdag, al gingen we wel een onafgewerkt huis van één van Masse zijn projecten bezoeken. We werden vrij snel omringd door enkele kinderen. Iedereen roept altijd “toubab” naar ons, wat blanke betekent. Het is afgeleid van tout blanc, maar dat kunnen de kinderen moeilijk uitspreken.
Op zondag waren we vroeg uit de veren om naar de mis te gaan. We hadden verwacht dat het zeer muzikaal zou zijn, maar dat viel een beetje tegen. ’s Avonds keerden we terug naar Ndiebel, waar we ook vorige week logeerden. We slapen daar buiten, onder de prachtige sterrenhemel, aangezien het binnen veel te warm is. Het is daar een ware beestenboel, dus onze voorraad insectenspray is al serieus geslonken. Aanvankelijk sliepen we in het gebouw waar nu de meisjes van het internaat slapen. De leerlingen stroomden vanaf woensdag toe en inmiddels zijn het er al ongeveer 150! Nu liggen we buiten voor de woning van de zusters, waar we een echte douche en wc hebben. Een verbetering, want voordien waren het Franse WC’s en wasten we ons met de tuinslang.

Het werk in het internaat verloopt vrij vlot. We hielden ons de voorbije week bezig met wat opruimwerk, maar vooral met het schilderen van de bedden voor de kinderen. Het zijn oude, verroeste bedden die wel een likje verf konden gebruiken. Gezien het grote aantal kinderen zijn we dus al enkele dagen zoet met schuren en schilderen. De kinderen kwamen ons echter spontaan helpen op donderdag en vrijdag. De meeste kunnen Frans, maar onder elkaar spreken ze Wolof. Albert, de verantwoordelijke van het internaat, leerde ons reeds de eerste woorden, maar het is moeilijk uit te spreken en te onthouden. Maar met wat oefening spreken we misschien een aardig mondje Wolof bij onze thuiskomst…

Maandag beginnen de lessen voor de kinderen en zullen wij nog wat verder schilderen. Er is nog wel wat werk te doen, dus vermoedelijk blijven we daar nog wel enkele dagen. Ons eten wordt gemaakt door enkele vrouwen en is best wel lekker, alleen krijgen we heel vaak eieren op ons bord. In de tuin van het internaat vonden we enkele groenten, waarmee we hen ‘un potage’ leerden maken, iets waar ze hier nog nooit van gehoord hebben. Pompoenen noemden ze courgetten, wat voor wat verwarring zorgde, maar het smaakte heerlijk.

Lizzy werkt ondertussen in het dispensarium van Ndiebel, waar ze vriendelijk werd ontvangen. Het was de eerste keer dat ze er een ‘stagaire’ hebben.
In het centrum werkt een verpleegkundige, een soort logistiek medewerker en apotheekverantwoordelijke.
Het is een plaats voor eerstelijns gezondheidszorgen. De mensen komen soms van heel ver met paard en kar voor een consultatie. Voor de moment zijn er veel mensen met een luchtweginfectie of malaria. Dit komt doordat het nu (nog even) regenseizoen is. De patiënten schrikken soms wel even als ze een blanke verpleegkundige zien.
De taken van een verpleegkundige zijn hier inclusief die van een dokter en een vroedvrouw. Lizzy voerde reeds verschillende zorgen uit zoals: nemen van parameters, inspuitingen,…maar hielp ook bij een bevalling, naaien van wondes, malariatesten en het uitvoeren van pre-natale onderzoeken.
Het is er heel interessant om te zien hoe de mensen kijken naar hun gezondheidsproblemen en hoe ze er mee omgaan.

Sinds gisteren zijn we terug in Kaolack en vanmorgen gingen we naar de grote markt en enkele toeristische winkeltjes. De eerste souvenirs zijn aangekocht en we beginnen het afdingen onder de knie te krijgen. Met ons valt niet te sollen!
Morgen gaan we misschien eens zwemmen in een hotel hier, om erna weer terug te keren naar Ndiebel. Hoe het ons verder vergaat, lezen jullie binnenkort.

Tot dan en warme groeten uit Senegal!

zaterdag 2 oktober 2010

Weekend in St. Louis en aan het Roze meer

28 september 2010

Zaterdagochtend zijn we op weekend vertrokken met de andere groep vrijwilligers van Sowane. We maakten een tussenstop in Touba, waar de grootste moskee van Senegal staat en we, gesluierd in doeken, van een gids uitleg kregen. Gezien de hitte was dat voor de vrouwen onder ons een ware beproeving.

Na een lange rit kwamen we aan in St. Louis, in het noorden van Senegal. Het hotel bleek luxueuzer dan verwacht, zelfs een beetje decadent. We zijn hier immers nog maar een weekje en werkten slechts 2 dagen. Het zwembad en de douches vielen wel heel erg in de smaak! Voor de jaloerse lezers, verwijzen we met plezier door naar onze foto’s…

Zondagochtend deden we een “safari en ville” (zoals Masse een toeristenritje met kar en paard noemt) met een gids. We reden over de “promenade des Anglais”, naar analogie met die van in Nice (Laura, we denken aan je)  en kregen uitleg over de grote brug die door Eiffel gemaakt werd en nu vernieuwd wordt. Daarna namen we een bootje richting strand, waar we een heus viergangenmenu veroberden. Opnieuw aan luxe geen gebrek… De zee zorgde voor een aangename verfrissing en was heel wat wilder dan aan onze eigen Belgische kust. ’s Avonds namen we ook nog een duik in het zwembad van het hotel, want uit de douche bleek geen druppel te komen. Blijkbaar is dit in Senegal wel vaker het geval.

Gisteren reden we dan verder richting het Roze Meer, dat zo zout is dat je er kan in blijven drijven en een roze kleur heeft als de zon er op schijnt. Onze muggenbeten en andere kleine kwaaltjes werden op een natuurlijke manier ontsmet, maar opnieuw konden we erna in een zwembad plonsen. Na een warme nacht aan het Roze Meer, keerden we vandaag terug naar Kaolack, waar we onze bagage maakten voor onze verblijf in Ndiebel.We zullen daar zowel helpen bij de opbouw van het internaat, als de kinderen animeren. Lizzy zal in het plaatselijk dispensarium aan de slag gaan. Hoe alles daar vordert, horen jullie ongetwijfeld binnenkort.

Tot dan!

Les premiers jours en Senegal

24 september

Na een lange trip, met  tussenstop in Madrid èn een technische stop in Gran Canaria, kwamen we maandagavond in Dakar aan. Even paniek toen Lizzy haar valies ontbrak, maar dat bleek nergens voor nodig… Het was een beetje op z’n Afrikaans, op ’t gemak dus. Masse stond ons op te wachten en met het busje van Bouworde trokken we richting M’bour, om daar te overnachten. De volgende dag vervolgden we ons tocht richting Kaolack, langs hobbelige wegen vol plassen en met vrij veel chaos. We logeren bij Masse thuis en woensdag reden we rond om al zijn projecten te bezoeken. Zo gingen we naar de baksteenfabriek, waar jongeren opgeleid worden die stenen zelf te maken, die daarna verkocht worden. Ook in Sowane gingen we langs, waar sociale en ecologische projecten georganiseerd worden in samenwerking met de lokale bevolking. De laatste 1,5 maand van ons verblijf zullen we daar werken. De vrijwilligers van bouworde die daar nu zitten, organiseerden woensdagavond een echt dorpsfeest. We merkten al snel dat Afrikanen een natuurlijk gevoel voor ritme hebben, iets waar wij alleen maar jaloers op konden zijn. Onder de sterrenhemel en in de hitte dansen, het is eens iets anders…

Daarnaast bezochten we ook een internaat in Ndiebel voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Op 15 oktober begint normaal gezien het nieuwe schooljaar en er is daar nog veel werk: een dak, schilderwerken, puin ruimen,… Daarom gaan we daar vanaf dinsdag 2 à 3 weken werken. Masse richtte eveneens een “maison de retraite” op voor ex- lepralijders, waar nu 12 mensen zitten. We brachten ook hen een bezoekje.
Gisteren gingen we naar het ziekenhuis waar Lizzy zal werken vanaf volgende week. Het is een plaatselijk, klein ziekenhuis, geleid door zusters van Moeder Theresa en hangt volledig af van financiële steun uit het buitenland. Enkel de armste mensen worden daar gratis verzorgd.

Gisteren en vandaag staken we voor het eerst de handen uit de mouwen. De bakstenen van de baksteenfabriek moesten in een camion geladen worden. Door de vele regen en door een technisch defect kon die echter niet tot daar rijden, waardoor we ze verplaatsten met kar en paard. Dit ging vrij traag, want de paarden willen niet altijd even goed mee… De eerste ladingen zijn nu vertrokken met de camion richting Ndiebel, voor de opbouw van het internaat. Morgen vertrekken we op lang weekend naar St. Louis, wat volgens de reisgidsen de mooiste stad is.

We werden hier zeer “warm” onthaald, zowel door Masse, als door de vele muggen en vliegen. Overdag is het hier heel erg warm en regende het nog niet, ’s nachts bliksemt het echter wel en valt de regen met bakken uit de lucht. Gelukkig zorgt dat voor wat afkoeling tijdens ons nachtrust. Het eten is hier lekker. We aten reeds het nationale Senegalese gerecht: rijst ( wat anders?) met vis en een beetje groenten. Een aanrader!

Dit was het eerste nieuws van hieruit. Als we nog eens op internet kunnen, laten we zeker nog iets weten.

zondag 19 september 2010

Ready to go :D

Om een vaak gestelde vraag te beantwoorden:
We vliegen dinsdag 21 september vanuit Zaventem richting Dakar.
En we zijn terug in het land woensdag 16 december, net voor de feestdagen ;) ....
(telkens een tussenstop in Madrid)

zaterdag 18 september 2010

NGO Chaulmoogra

Sinds enkele jaren werkt Bouworde vzw met succes en tot tevredenheid van alle betrokkenen samen met de NGO Chaulmoogra. De naam verwijst naar een plant waarvan de olie een heilzame werking heeft op lepra-patiënten.
Chaulmoogra wordt geleid door Masse M’baye, een in Europa opgeleide sociaal werker die door diverse contacten als uiterst professioneel en betrouwbaar is geëvalueerd en waarin Bouworde na enkele contacten het volle vertrouwen heeft.
De NGO Chaulmoogra werkt vooral in twee Senegalese dorpen aan de sociale integratie van (gewezen) lepralijders: Sowane, op zowat 10 km van de regionale hoofdstad Fatick. Hier leven +/- 400 mensen, verdeeld over 60 families. 15 personen zijn zwaar gehandicapt ten gevolge van lepra. Verder bekommert de organisatie er zich over 55 genezen lepralijders.
Koutal, op 7 km van de regionale hoofdplaats Kaolack. Het dorp telt +/- 700 inwoners, verdeeld over 119 families. Hier leven 45 zwaar gehandicapten en 90 genezen lepralijders.

Chaulmoogra is actief op diverse domeinen. Elk ervan wordt sterk gewaardeerd door de lokale bevolking en de gemeentelijke overheden:
-         Financieren van de opleiding van kinderen van lepra-lijders. Eens gediplomeerd, bvb. als verpleegster, kunnen die jongeren dan zelf de financiële zorg voor hun (gehandicapte) ouders overnemen
-         Bouw van een studentenhuis in Fatick voor studenten die te veraf wonen
-         Verlenen van kleine leningen (micro-krediet) waarmee de betrokken families een eigen economische activiteit kunnen opstarten
-         Per jaar 10 kleine gezinswoningen bouwen voor wie ten gevolge van lepra gehandicapt werd
-         Het bouwen van 2 polyvalente ruimtes voor alfabetisering en naaicursussen
-         Installatie van kleine machines om zeep te maken
-         Financieren van medische zorgen voor chronisch zieken, in sommige gevallen voor
het uitvoeren van amputaties
-         Aanplanten van kleine boomkwekerijen
-         Verdeling van kleding, geneesmiddelen en schoolmateriaal
-         Renovatie van het bejaardentehuis in Koutal

Bij het uitwerken van zijn programma besteedt Masse M’baye veel aandacht aan vorming, sensibilisatie en het werken aan de mentaliteit. Zelfredzaamheid en eigen initiatief staan daarbij voorop. Hij wil ten allen prijze vermijden dat de Senegalese partner enkel de hand uitsteekt en ontvangt en dat de Europese partner enkel iets komt geven.

Tijdens de 3 maanden die we als vrijwilliger in Senegal doorbrengen zullen we werk verrichten dat zowel technisch, sociaal als ecologisch van aard is.

a)      Technisch
-Renovatie dispensarium te Sowane
Sowane is een VRS (Village de Reclassement Sociale) in de buurt van Kaolack. In de tijd was het een van de dorpen waarheen de melaatsen verplicht gestuurd werden. Door een verbeterde geneeskunde heeft men lepra zelf kunnen indijken, maar de ziekte heeft hevig gewoekerd in de streek en zorgde voor heel wat verminkingen. Het dorp bood onderdak aan de gezinnen van wie door lepra verminkt was en niet in zijn of haar eigen onderhoud kon voorzien. Hierdoor was er ook enige medische voorziening aanwezig.
Vandaag is de gezondheidspost, die de vorm van een dispensarium aanneemt, echter helemaal vervallen en aan een grondige renovatiebeurt toe.
Het dispensarium heeft een verpleegster toegewezen gekregen die instaat  voor bvb. wondverzorging van mensen die door melaatsheid gevoelloze plekken hebben op hun ledematen en hierdoor extra kwetsbaar zijn. Helaas zijn er zeer geringe voorraden verband en pleisters, laat staan efficient ontsmettingsmiddel. Daarnaast is het gebouw zelf in zo'n lamentabele toestand dat men de vaccin-koelkast, waarop kinderen uit de ruime regio aangewezen zijn, overweegt te verhuizen omwille van de schade die dit toestel wellicht oploopt bij het volgende regenseizoen.
Het gebouw moet ook dienst doen als bevallingsruimte voor de vrouwen uit het dorp en omstreken, maar voldoet absoluut niet meer aan de vereiste hygiënische normen.
Herbepleisteren en schilderen van de muren, nieuwe ramen en deuren, nieuwe dakbedekking en het aanbouwen van een kleine bevallingskamer wordt geraamd op 5.000 euro.
Verder moet er werk gemaakt worden van het bevoorraden van de 'apotheek' van het dispensarium en het uitrusten van de bevallingskamer wat ongeveer 2500 euro zal bedragen.
We helpen bij het bepleisteren, schilderen, dakbedekking en aanbouw van een nieuwe ruimte (bevallingskamer)

-Afwerking huizen voor Lepra patiënten.
Tijdens de zomermaanden wordt er begonnen met de bouw van enkele huizen voor de leprapatiënten. Dit is bijvoorbeeld een huis voor een blinde dame met Lepra verminking. Kostprijs 1500 euro en een groter huis voor een moeder met 8 kinderen waarvan de vader aan Lepra overleden is, kostprijs 4500 euro. Hier zullen we helpen bij de afwerking.

b)     Sociaal
Er is geen enkele opvang voor de kinderen tijdens de lange schoolvakantie. Ze hangen maar wat doelloos rond en vervelen zich. Wij bieden hen een halve-dag-programma waarbij hen enige structuur wordt bijgebracht en ze de tijd krijgen om echt met elkaar te leren spelen.
Dit gebeurt binnen een educatief kader waarbij de kinderen spelenderwijs leren hun creativiteit vorm te geven door te knutselen met waardeloos materiaal, hen te laten tekenen, toneeltjes te laten voorbereiden.
Voor kinderen met leerachterstand (ondermeer ten gevolge van ziekte, maar vaak ook door langdurige stakingen van de leerkrachten) wordt in een zomerklasje gewerkt rond schrijfvaardigheid, Franse woordjes, rekensommen enz.
Het nodige bedrag hier hangt af van het aantal geselecteerde kinderen en betreft: T-shirts voor de kinderen, verzekering voor de kinderanimatie, vergoeding voor de Senegalese monitoren (verplichte aanwezigheid vanwege de inspectie), frisdrank en koeken tijdens de pauze, enz. Voor een groep van 30 kinderen vraagt dit op maandbasis 1.000 euro.

c)      Ecologisch
Aanplanten van een boomgaard met planten en fruitbomen zodat de lokale bevolking hier de vruchten van kan plukken waarvan de kostprijs 2300 euro bedraagt. Dit is inclusief de bescherming rond de boomgaard die de dieren moet weghouden.