donderdag 25 november 2010

GIE Construire neemt een nieuwe start!

Na een grondige vernieuwing is vandaag, maandag 22 november 2010, op het terrein van GIE Construire te Koutal de steenproductie hernomen. Het plateau, waarop de stenen gegoten worden, heeft een nieuwe bovenlaag gekregen. Hierdoor kunnen er opnieuw vlot bakstenen gegoten worden en kan men een goede kwaliteit garanderen.

Koutal wordt net zoals heel Senegal regelmatig geplaagd door stroompannes. Zonder stroom kunnen er geen bakstenen geproduceerd worden en dus was de aankoop van een generator noodzakelijk. Reeds onmiddellijk bij opstart van de fabriek bleek deze aankoop onontbeerlijk en kon ondanks de stroompanne de productie ongehinderd doorgaan.

De eerste bakstenen zullen onmiddellijk op eigen terrein gebruikt worden voor het optrekken van een magazijn. Hierdoor zullen in de toekomst alle grondstoffen en machines op het terrein zelf kunnen opgeslaan worden. Dit zal de efficiëntie in grote mate verhogen. Er is ook een kleine bureelruimte voorzien, waardoor alle administratie ter plaatse zal gebeuren. Om dit werk te vereenvoudigen wordt vanaf nu ook alles digitaal bijgehouden.

GIE Construire heeft in het verleden al bewezen kwaliteit te leveren. Op basis van deze reputatie lopen nu onderhandelingen voor het leveren van de bakstenen voor de bouw van 46 klaslokalen. Naast het leveren van de bakstenen, zal GIE Construire ook instaan voor de effectieve bouw van de lokalen. Hiervoor beschikt GIE Construire over heel wat goed opgeleide jonge metsers.

Tabaski legt Senegal lam!

Woensdag 17 november stond reeds maanden in ieders agenda, voor zover hier iemand een agenda heeft, gemarkeerd als een van de belangrijkste dagen van het jaar. Dit jaar valt immers op die dag Tabaski of het offerfeest. Reeds enkele weken op voorhand slaat de schrik toe bij de schapen want de kans dat ze er die dag het hoofd bij zullen moeten neerleggen is ontzettend groot. Maar niet alleen bij de schapen slaat de schrik om het hart ook de moslims zijn er niet helemaal gerust in. Hebben ze immers wel genoeg gespaard om een schaap te kunnen kopen en iedereen van nieuwe kleren en haar (het aantal vrouwen dat hier echt haar heeft valt hier immers op een hand te tellen) te voorzien?

Het antwoord blijkt uiteindelijk toch wel ja te zijn. Want de schapen worden vlot verkocht en de kleermaker hier in huis moet de dag voor Tabaski in allerijl naar het ziekenhuis gevoerd wegens uitputtingsverschijnselen. De vele slapeloze nachten om alle kleren af te krijgen eisten zijn tol.

Ook wij zijn allemaal een beetje opgewonden want we weten niet wat er ons echt allemaal te wachten staat. Uiteindelijk blijkt het meer te zijn dan we ooit gedacht hadden. Na de assistentie bij het wassen van het schaap, werd de hulp van Bart en Bert ook ingeroepen om het schaap te slachten. Het, veel te botte, mes werd gehanteerd door de enigste mannelijke moslim in huis terwijl het schaap met enige moeite in bedwang gehouden werd door onze mannen. Eens het schaap dood was, werd het schaap zorgvuldig ontvelt en van zijn ingewanden ontdaan. Na enig uitbeenwerk belanden de eerste stukjes snel op tafel. De rest van de dag wordt hoofdzakelijk gevuld met eten. Of  kijken hoe de anderen eten want niet bij iedereen was de maag bestand tegen zoveel schaap. We wagen ons ook aan een verkleedpartijtje en trekken in traditionele Senegalese kleren de straat op.

Tot zover Tabaski. Wat gebeurde er dan de rest van de week? Het antwoord is heel simpel: niets. Maandag en dinsdag wordt er immers niet gewerkt want iedereen is Tabaski aan het voorbereiden. Donderdag en vrijdag wordt er nog verder gefeest en keert iedereen langzaam terug van bij zijn familie. Dus van werken komt er ook dan niets in huis. Maar niet alleen wij werken niet. Er is bijna geen enkele Senegalees die werkt. Zelfs tot zondag zal blijken dat brood vinden zeer moeilijk is en zijn de meeste winkeltjes dicht.

Aangezien er in Kaolack niets te doen valt keren de jongens donderdag samen met de meisjes terug naar Sowane. Vrijdag wagen Bart en Bert zich aan een pelgrimstocht naar Fatik en terug terwijl de meisjes hoopten te werken. Met de nadruk op hoopten, want ook hiervan komt niets in huis. Zaterdag wagen we ons met z’n allen aan nog een wandeling en zondag trekken we erop uit naar Fatik. Daar blijkt dat het leven stil aan terug zijn normale vorm aan neemt. Op de markt zijn de meeste winkeltjes en kraampjes eindelijk terug open. Een internetcafé vinden dat open is blijkt echter nog steeds een onmogelijke opdracht waardoor deze post en de foto’s van vorige week nog even langer op zich hebben laten wachten.

zondag 14 november 2010

Limoncello, c’est picobello!

13 november 2010

Sinds ons laatste bericht hebben we weer het één en ander meegemaakt. Vorige week werkten we opnieuw in de baksteenfabriek, waar we wapening gevlochten hebben (een leuk werkje) en beton goten. Bart en Bert vonden dit zo leuk dat ze besloten hun verblijf in Kaloack te verlengen. De vrouwen onder ons waren het “technische” werk ondertussen wat moe en trokken richting Sowane. Voor onze wegen scheidden, gingen we nog samen naar Mbour vorig weekend.

We kwamen daar vrijdagavond aan in een mooi hotel met zwembad en genoten ’s avonds, omringd door andere toubabs, van een lekkere cocktail. Jolien en Cindy, twee vrijwilligers die hier sinds begin deze maand zijn, vergezelden ons.
De volgende morgen gaf Masse een presentatie over hoe zijn projecten tot stand gekomen zijn. Hij gebruikte hiervoor een zeer chaotisch bordschema, maar we hingen allen aan zijn lippen. Hij vertelde over de lepradorpen in Senegal, waarvan één in Sowane gevestigd was. Doorheen de jaren probeert hij te werken aan de sociale integratie van deze mensen.
Na zijn betoog trokken we naar een artisanale markt (tot grote vreugde van Bart), waar we weer enkele souvenirs rijker werden. Het afdingen lukt steeds beter en zodus verzamelden we al heel wat cadeautjes voor onder de kerstboom…
In de namiddag bezochten we een Belgisch likeurbedrijf, oorspronkelijk afkomstig uit Leuven. De eigenaar vestigt zich telkens in een ander land, waar hij likeurs maakt met plaatselijke vruchten en planten. We mochten vijf likeurs proeven en hoewel we het na deze degustatie al wat begonnen te voelen, kregen we er nog enkelen bovenop. Ietwat in de wind, besloten we enkele flessen in te slaan (we zitten hier immers nog enkele weken en dan kan een glaasje alcohol wel eens smaken).
Terug in het hotel, namen we een frisse duik, om ons daarna aan een dansje te wagen. We hadden slechts een kleine initiatie nodig om mee te kunnen met de dansleraar. Bart en Bert lieten het dansen aan de vrouwen over en hielden zich schuil achter een frisse pint. Onze overtuigingskracht werkte blijkbaar niet helemaal (ondanks de likeurs en wat bier)…Wat later op de avond trokken ze wel nog met hun tweetjes naar de plaatselijke discotheek. Daar kwamen de heupen wel los (al zijn daar dus geen getuigen van).

Zondag gingen we opnieuw naar een artisanale markt, gezien ons motto dat “je nooit genoeg souvenirs kan hebben”. Erna gingen we in de zee zwemmen en aten we in een hotel aan het strand. Met een goed gevulde maag trokken we vervolgens naar een dierenpark. Met een coole jeep en dito gids reden we erdoor op zoek naar giraffen, gazellen, neushoorns, talrijke vogels, antilopen,  een hyena, apen en struisvogels. Met drie fototoestellen trokken we het ene plaatje na het andere, waardoor we elk beest vanuit elke hoek op foto hebben. In ons fotoboek vinden jullie een mooie selectie. We waren danig onder de indruk en keerden vrolijk terug naar Kaolack. Eén jeep, volgestouwd met Masse, 9 toubabs en hun vele souvenirs en aankopen, het was een grappig zicht…

Sinds maandag splitsten we de groep op en trokken de vrouwen naar Sowane, een dorp met ongeveer 500 inwoners. We slapen daar in hutjes en worden omringd door loslopende geiten, kippen, ezels en ander vee. In de voormiddag werken we in de tuintjes die door vrijwilligers aangelegd werden en waar men allerlei groenten en fruit kweekt. Helaas lagen de tuintjes er niet altijd even proper bij, zodat we een heuse opkuis deden. Alle planten werden verwijderd, alles opgekuist en omgespit. Het werk gaat heel goed vooruit, zodat we volgende week aan het zaaien kunnen beginnen. In de namiddag was animatie van enkele kinderen gepland, maar aangezien de leerkrachten van de school staken, probeerden we in twee klassen les te geven. Helaas luisteren de leerlingen niet altijd even goed. De leerkrachten regeren hier blijkbaar met ijzeren hand, een stijl die ons niet echt bevalt. Zo goed en zo kwaad als we konden, probeerden we toch wat wiskunde en Frans te geven, met enig resultaat. Eén namiddag gaven we ook bijles aan enkele kinderen apart, iets wat voor ons makkelijker was. Zo fristen we de stelling van Pythagoras en de Engelse werkwoordsvormen op (en dat zat al heel ver bij de meeste onder ons).

Lizzy werkt in het plaatselijke dispensarium bij verpleegster Mbacke.
Het is een klein gezondheidscentrum voor de mensen van Sowane. Indien het gaat om dringende problemen worden ze doorverwezen naar het ziekenhuis van de naastliggende stad Fatick.
Op maandag, woensdag en vrijdag komen de leprapatiënten langs om hun wondes te verzorgen. Verder kwamen er mensen langs voor hoge bloeddruk, anticonceptie en luchtweginfecties. Af en toe gaan ze samen op huisbezoek om medicatie te brengen. Deze week was het ook grote kuis in het materniteitszaaltje.
Tijdens de namiddag is er geen vast werkuur in het dispensarium. Indien er een probleem is gaan de dorpsbewoners langs bij de verpleegster thuis.  Tijdens de vrije namiddaguren ging Lizzy dan mee koken bij de verpleegster of speelde al eens fotograaf tijdens onze lessen.

De mannen verrichten ondertussen heel wat werk in de fabriek. Op maandag werd er nog wat extra wapening gevlochten en beton gestort. Vanaf dinsdag werd er met man en macht gewerkt om het plateau waarop ze de bakstenen maken een nieuwe betonlaag te geven. Zonder werkende betonmolen werden een 80-tal zakken cement, gemengd met een paar ton zand en granulaten (steentjes in mensentaal) tot beton. Vooral de armspieren van Bart waren vrijdag zeer blij dat het weekend er aan kwam. Ook volgende week blijven de mannen nog hier om bakstenen te fabriceren. Ze zeggen te genieten van de tijd zonder vrouwen, maar eigenlijk missen ze ons heel hard.

Daarom kwamen we dit weekend samen in Kaolack om Bart zijn verjaardag te vieren. De mannen verrasten ons gisterenavond met een zelfgemaakte limoncello (met het recept van Bert). Vanmorgen trokken we naar de markt en we maakten pannenkoeken en fruitsla. Deze avond gaan we eten hier in het centrum. Een Bourgondisch weekendje dus!
Volgende woensdag wordt hier Tabaski gevierd, het offerfeest. Iedereen is al volop bezig met de voorbereidingen en naar verluid duurt het feest zelf van 10 uur ’s avonds tot 4 uur in de nacht en wordt er veel gedanst. Dat wordt ongetwijfeld een unieke belevenis voor ons toubabs.. Meer nieuws een volgende keer!

zaterdag 30 oktober 2010

Het leven zoals het is: baksteenfabriek zonder bakstenen en werken bij de zusters

De voorbije twee weken werkten we in de baksteenfabriek in Kaolack. Nu ja, een fabriek kun je het nog niet echt noemen, maar daar komt stilaan verandering in. We groeven de funderingen voor een groot magazijn waar de machines en een bureautje in ondergebracht zullen worden. Een karwei die niet evident was in de brandende zon, maar we schepten er lustig op los. Ondertussen werden de eerste stenen van de ommuring reeds gemetst, maar meer dan twee stenen hoog is het nog niet. Om verder te kunnen, moeten immers bakstenen gemaakt worden en het materiaal daarvoor is nog niet aanwezig. Dit is Afrika, hier gaat alles net iets trager dan bij ons…

Toch hadden ze deze week al een andere klus voor ons klaar. De koer waarnaast het magazijn moet komen, zal voorzien worden van een nieuwe laag beton, maar daarvoor moest eerst de oude, losse laag afgeklopt worden. Zo gezegd, zo gedaan, deden we deze week niets anders dan met hamers op beton kloppen, een werkje dat ons snel tegenstak. Enkele dagen, wat spiepijn en blaren later, zijn we daar gelukkig van af. Op de foto’s kan je onze noeste arbeid zien.

Ondertussen heeft Lizzy al zo’n twee weken bij de zusters van moeder Theresa gewerkt, waar ze doorheen de week ook logeert. Hier vindt zo’n 4 keer per dag  een misdienst plaats. Het is een ziekenhuis waar eerste hulp en zorg, gratis wordt aangeboden door de zusters voor de armen. Er zijn daar momenteel zo’n 40 mensen van overal in Senegal: Dakar, Tambacounda, Kaolack,… Ze zijn er voor verschillende problemen zoals malaria, hoge bloeddruk, aids, beenbreuk, tbc, wondzorgen en eenzaamheid.
De zusters bieden de mensen medicatie, onderdak, maaltijden en een luisterend oor aan. De leeftijden van de mensen zijn erg uiteenlopend: van kind tot bejaarde. De mensen blijven gemiddeld voor een paar maand daar tot de zuster beslist dat ze aan de beterhand zijn en dan wordt hen gevraagd om terug te gaan van waar ze komen.
Indien hun toestand verslechterd worden ze overgebracht naar het ziekenhuis in de stad voor een verdere behandeling.
Lizzy deelt er de medicatie uit, doet de wondzorg, voert malariatesten uit, prikte infusen voor behandelingen, … Infusen prikken gaat moeilijker dan thuis gezien de omstandigheden: weinig licht en materiaal en de donkere huid. Verder hielp ze ook mee met de mensen ginder zoals bij aardappelen schillen, borstelen, …
“Het is interessant om te zien hoe de zusters de mensen helpen met de weinige middelen die ze hebben. Het is gratis zorg die wordt aangeboden en de mensen weten dat en af en toe wordt er dus iemand geweigerd. Dit komt bij mij over als een knelpunt en wordt ervaren als iets moeilijk.”


Vorige zaterdag besloten we eten te maken voor onszelf en onze vele huisgenoten. De keuze viel op balletjes in tomatensaus en op de markt vonden we alle ingrediënten daarvoor. Het hele kookproces nam 4 uur in beslag (we behielpen ons immers met 1 gasvuur), maar het smaakte heerlijk (als we even bescheiden mogen zijn)! Ook op zondag deden we iets speciaals, want het was Lizzy haar verjaardag. ’s Morgens verrasten we haar met koffiekoeken en ’s middags bakten Bert en Heleen pannenkoeken. En of dat nog niet genoeg was, gingen we in de namiddag opnieuw zwemmen in het hotel hier in Kaolack en aten we daar ’s avonds uitgebreid. Een verjaardag bij 38° eind oktober, dat maak je niet elk jaar mee!  

Dit weekend blijven we opnieuw in Kaolack en vanavond is er een jazzconcert in het centrum. We gaan daar eens de sfeer gaan opsnuiven. Volgende week gaan we normaal gezien een weekendje naar Mbour. Meer nieuws daarover een volgende keer.

Tot dan!


Wist je dat...

We zijn hier nu al een maand en een half en hebben elkaar dus al vrij goed leren kennen. Ook de kleine dingetjes die iedereen typeren, vielen ons op. Hierbij enkele wist-je-datjes over onze groep:

Bert:
·        is ons manusje- van- alles. Hij heeft allerlei praktische spullen mee en heeft overal een oplossing voor!
·        hij maakt vaak smekgeluiden bij de gedachte of bij het zien van lekker eten.
·        en zweert bij het dragen van witte sokken. Helaas geraken die al een tijde niet meer proper in de was.

Heleen:
  • is onze kapster van dienst. Zowel Bert, Bart, Eline als Ruth zijn al kortgewiekt in haar kappersstoel (met een mooi resultaat!)
  • is helemaal verzot op kokosnoten en walgt van bananen (helaas is dat één van de drie meest voorkomende fruitsoorten in Senegal)
  • kan perfect Johan en Patrick naspelen uit het Peulengaleis: “Da hedde gij goe gezien, jong”

Florence:
  • zegt vaak “gelijk” aan het einde van een zin. Iets wat door de niet- Gentenaren reeds snel opgepikt werd.
  • loopt graag met haar buik bloot wanneer het te warm wordt
  • en denkt eraan haar haar bros te doen (opnieuw omwille van de hitte)

Bart:
  • weet niet wie Michel Wuyts is! We ontdekten dit bij een spelletje Time’s up en dat verbaasde toch enkelen onder ons…
  • smeerde in het begin het meeste DEET van ons allemaal, maar werd wel het eerste ziek. Zijn bloedonderzoek wees op 15% malaria!
  • hij is onze controleur, die altijd de puntjes op de i zet. Een burgerlijk ingenieur ziet elk detail lijkt het wel….

Eline:
  • is verzot op mango’s
  • haar stopwoordje is “ allez ja”  wanneer ze een verhaal vertelt en het is vrij grppig als je er eenmaal op begint te letten.
  • ze praat soms in haar slaap, maar voorlopig kon geen van ons er al iets verstaanbaars uit opmaken.

Lizzy:
  • heeft schrik van insecten groot en klein en heeft hier dus al enkele zware beproevingen doorstaan
  • ze heeft een hele voorraad lekkers in haar valies, iets waar ze ons mee blijft verrassen. Zo haalde ze op haar verjaardag nootjes voor bij de aperitief tevoorschijn. Die voorraad komt zo nu en dan wel van pas, want het pikante eten hier in Kaolack slaat soms een beetje op haar maag.
  • ze vertelt op een zeer leuke manier verhalen, zoals de verhalen over de winter, of om het met haar woorden te zeggen “de donkere periode”

Ruth:
  • zorgt via het thuisfront af en toe voor een update over “Thuis”. Vooral de vrouwelijke leden van de groep zijn daarin wel geïnteresseerd. Ook over de regering, of het gebrek daaraan, verzamelt ze af en toe wat nieuws.
  • ze neemt elke dag een extra portie vezels, want ook in Senegal protesteren haar darmen soms.
  • schrijft onze blog.